Oud-collega van NRC Handelsblad, oud-mentor in de jazzkritiek, oud-voogd, oud-quasi-schoonouder, oud-logeeradres, oud-adviseur op afstand, oud-tevreden roker, oud-vriend & oud-schrijver Frans van Leeuwen is niet meer. Donderdag was de uitvaart. Ik mocht een eulogie houden. 'Wat is dat, een eulogie,' vroeg Waljango. Ik dacht: Waljango is vast geen gymnasiast, anders had hij eu (goed) kunnen optellen bij logos (woord) en dan had hij die optelling vermoedelijk wel tot een correct einde kunnen brengen. Daarna dacht ik: hij is ook vast geen anglicist, want dan had hij eulogy kunnen vertalen en dan was hij ook goed uitgekomen. 'Je bedoelt grafrede?' zei hij, mijn exotisme effectief afstraffend. Ik knikte. Ik was niet de enige die een grafrede hield. Zijn kersverse echtgenote, zijn oudste broer, en zijn oud-collega en oud-vriend Erik van den Berg gingen mij voor. Tussen de grafredes door klonk, hoe kan het ook anders, muziek. Tijdens het tweede jazz-nummer, ik moet band en song nog navragen, want ik kende het niet en wil het ook hebben, viel mij Bert Vuijsje op in het publiek. Bert Vuijsje, ook al een oud-collega en oud-vriend, was me al eerder opgevallen, maar nu viel hij me op omdat hij tamelijk uitbundig meeknikte op de maat van de jazz. En dat niet alleen, zijn hele bovenlijf bewoog. De pianosolo speelde hij met de rechterhand op de knie. Het blijft gissen naar de interpretatie.
vrijdag, juli 30, 2010
donderdag, juli 29, 2010
woensdag, juli 28, 2010
10. Swarte widdo
'Denk je dat je er chocola van kunt maken?' vroeg de weduwe, op de laatste ingeplande leegloopavond. Ik zei: misschien, maar ik heb het gevoel dat er nog iets ontbreekt, dat het verhaal zogezegd nog niet zijn natuurlijke einde heeft gevonden. 'Wat zeg je dat toch weer mooi, meneer de geestschrijver,' spotte de weduwe. Welnu. Jikke werd opgenomen in een psychiatrische inrichting. Hij was een gevaar voor zichzelf, en een gevaar voor zijn omgeving. Dat vond de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis voldoende reden voor opname. De weduwe ook. In elk geval moest Jikke zijn stiletto afgeven. En hij moest praten. Maar hij zei nog steeds niet veel. Na anderhalve maand opname, alles leek van een leien dakje te gaan, de therapeuten waren meer dan tevreden, althans dat schreven ze in hun rapporten, werd Jikke levenloos aangetroffen in een hoek van de badkamer van de afdeling. Hartstilstand. Ja, hartstilstand, vroeg of laat is er, als de dood intreedt, sprake van een hartstilstand. Maar wat was de oorzaak? Daarop moest men het antwoord schuldig blijven. En de zuster, wilde ik nog weten. De gehandicapte zuster? Die ging als laatste. Eerst dement. Dementie vormde geen goede cocktail met haar handicap. Op een dag rende ze in peignoir de straat op om geschept te worden door een tractor. Ongelooflijk verhaal, zei ik. Ik zal mijn best doen om het leesbaar op te schrijven. Ze betaalde me vooraf, zoals afgesproken. Cash. Niet eerder genoot ik zo van de incassering van een honorarium. Voordat ik in de treintaxi stapte zei de weduwe, op samenzweerderige toon, dat ze al een titel had. Ik ook, dacht ik, maar ik zei niets. 'De titel komt als laatste,' zei ik, en vertrok.
dinsdag, juli 27, 2010
9. U
Jikke lag met zijn moeder in het malse gras van het aanpalende weiland. Ze hadden een fles Fleurie op. De zon was al onder. Zij haalde langzaam een hand door zijn blonde krullen. Ze had hem het hele verhaal verteld maar hij had geen kik gegeven. 'Misschien moet ik u vermoorden,' sprak hij ineens, omhoogkomend in de schemer. 'Als ik u zou vermoorden dan zou de cirkel rond zijn.' Jikke sprak zijn moeder aan met u, dat was een van die charmante dingen aan hem. Voor het overige was er weinig charmants aan Jikke. Hooguit zijn naam, die vaker voor een meisje werd gebruikt. Hij was daar natuurlijk wel eens mee gepest, maar dat was vrij gauw opgehouden toen Jikke zijn vuisten liet zien. Of anders de stiletto die hij sinds zijn twaalfde bij zich droeg. Dat was het enige object dat hij altijd bij zich had, zelfs in de kroeg. Juist in de kroeg. De weduwe vroeg zich af, maar niet hardop, of Jikke op dit moment zijn stiletto bij zich had. Ze wilde het niet weten, maar toen hij nog dichter bij haar kwam, en met zijn benen tegen haar aanschurkte, meende ze toch iets hards in zijn spijkerbroek te voelen, en niet omdat hij zo blij was om haar te zien.
maandag, juli 26, 2010
8. De vraag naar de vader
Het kind studeerde twee jaar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het kwam elk weekend thuis, maar dit weekend was anders, want het had al op de terugweg van het station aangegeven dat het wilde praten. Volgens de weduwe had hij gedronken. Jikke had nog nooit gepraat. De weduwe had nog nooit met Jikke gepraat. Ja, natuurlijk had de weduwe met Jikke gepraat, maar nog nooit over iets wezenlijks. De vraag naar de moeder had hij al lang geleden beantwoord, zij het incorrect, maar de vraag naar de vader was altijd vaag gebleven. En nu wilde het kind, de student, het over zijn oorsprong hebben. Jikke was twintig. Een mooie leeftijd voor de waarheid, vond hijzelf. Niet dat hij zijn mede-economiestudenten en -corpsleden – net zoals Hidde was Jikke lid van Vindiquat, het meest bezopen corps van Nederland – had hoeven consulteren. Niemand had hem hoeven aanmoedigen. Jikke had geen aanmoediging nodig om zijn moeder te benaderen om te praten. Alcohol was genoeg aanmoediging geweest. In de auto naar de boerderij draaide hij de radio uit en keek zijn moeder aan. Gelukkig hoefde de moeder haar geadopteerde zoon niet in de ogen te kijken, ze hield haar blik op de verlaten landweg. 'Ik eis dat je me alles vertelt. Alles. Ik eis dat je geen detail overslaat. Ik heb er recht op.' Zijn moeder vertrok geen spier. Stel dat ik je alles vertel, had zij gezegd, terwijl ze de auto parkeerde voor de boerderij. 'Wat ga je met die kennis doen?' 'Dat bepaal ik als het zover is.' Hij stapte uit, sloeg de portier hard achter zich dicht en sjokte naar de slaapkamer die hij sinds jaar en dag met haar deelde.
vrijdag, juli 23, 2010
7. Conspiracy
En het kind? Het kind werd geboren. Het was een mooi kind. Aan niets viel af te lezen dat het een buitenechtelijk, illegaal, onder gedrogeerde omstandigheden, halfgehandicapt, ongewenst kind was. Het was, zoals dat heet, een thriving baby. Het heette Jikke. Omdat de zuster van de weduwe niet in staat was tot het opvoeden van een baby, nam zij het onder haar hoede. De vrouw die nooit kinderen had gehad, had gewild, had proberen te baren, bloeide op tot de ideale moeder van het neefje dat eigenlijk niet geboren had mogen worden. De geheime vader werd niet gemist. Ze kon het uitstekend in haar eentje af. Werken hoefde ze toch niet; de verkoop van de apotheek, samen met zijn geërfde pensioen, leverde voldoende middelen op om haar leven, dat eigenlijk nu pas zou beginnen, op een aangename wijze te financieren. Iedereen te S. vermoedde wie de vader was, daarvoor hoefde je weinig detective-werk te verrichten, maar niemand sprak erover. Het was een conspiracy of silence die de Friese weduwe uitstekend beviel. Jikke bleek een intelligent, niet te zeggen geniaal kind, maar praten deed hij nauwelijks, niet te zeggen nooit, en toen hij als puber voor het eerst straalbezopen thuiskwam van een zuipkeet, begon de weduwe zich ietwat zorgen te maken.
donderdag, juli 22, 2010
6. Bijzonderheden
Toen heeft hij geprobeerd haar te wurgen met een stuk ijzerdraad dat hij nog in zijn zak had, Hidde. Toen heeft hij geprobeerd haar te wurgen met een stuk ijzerdraad dat hij nog in zijn zak had, Hidde, maar zijn wettige echtgenote had pumps aan en wist een van de pumps in zijn scrotum te planten. Toen heeft hij geprobeerd haar te wurgen met een stuk ijzerdraad dat hij nog in zijn zak had, Hidde, maar zijn wettige echtgenote had pumps aan en wist een van de pumps in zijn scrotum te planten, waardoor hij al zijn aandacht hierop moest richten, op dit deerniswekkende lichaamsdeel, dit schuldige lichaamsdeel, dit jammerlijke zakje, terwijl hij nog altijd schreeuwde van de pijn van het schreeuwen van de pijn. Toen heeft hij geprobeerd haar te wurgen met een stuk ijzerdraad dat hij nog in zijn zak had, Hidde, maar zijn wettige echtgenote had pumps aan en wist een van de pumps in zijn scrotum te planten, waardoor hij al zijn aandacht hierop moest richten, op dit deerniswekkende lichaamsdeel, dit schuldige lichaamsdeel, dit jammerlijke zakje, terwijl hij nog altijd schreeuwde van de pijn van het schreeuwen van de pijn, hetgeen zijn vrouw de gelegenheid bood om 112 te draaien met de huistelefoon op haar bureau en mee te delen dat haar man, Hidde Huizinga, per ongeluk een glas glorix had gedronken in plaats van de gebruikelijke graanjenever en dat hij zich dientengevolge nu niet meer zo lekker voelde. Hidde Huizinga kreeg onderweg naar het streekziekenhuis een beroerte en stierf om half vier 's nachts, in zijn eentje, in een nauwelijks verlichte kamer, aan een hartstilstand. Vierenzestig jaar werd hij. Een mooie leeftijd, voor wie van kwadraten houdt. Notitie van de plaatselijke politie: 'Geen bijzonderheden.'
woensdag, juli 21, 2010
5. Drogeermiddelen
De zuster was gehandicapt. De zuster was gehandicapt en liet zich gebruiken door Hidde. De zuster was gehandicapt en liet zich gebruiken door Hidde nadat Hidde de zuster had gedrogeerd met een onbekend drogeermiddel. De zuster was gehandicapt en liet zich gebruiken door Hidde nadat Hidde de zuster had gedrogeerd met een onbekend drogeermiddel waaraan Hidde, zijnde apotheker te S., vrij gemakkelijk kon komen. De zuster was gehandicapt en liet zich gebruiken door Hidde nadat Hidde de zuster had gedrogeerd met een onbekend drogeermiddel waaraan Hidde, zijnde apotheker te S., vrij gemakkelijk kon komen en het was precies dat drogeren geweest, misschien nog wel meer dan het gebruiken, dat Hiddes wettige echtgenote had aangezet tot het toedienen van glorix. De zuster was gehandicapt en liet zich gebruiken door Hidde nadat Hidde de zuster had gedrogeerd met een onbekend drogeermiddel waaraan Hidde, zijnde apotheker te S., vrij gemakkelijk kon komen en het was precies dat drogeren geweest, misschien nog wel meer dan het gebruiken, dat Hiddes wettige echtgenote had aangezet tot het toedienen van glorix, waarop Hidde, zijnde apotheker, toen hij hoorde dat het om glorix ging, met een minieme grijns het bleekmiddel door zijn keel had gegoten, op was gestaan, voorover was gebogen, en het bleekmiddel dat op weg was naar zijn maag had overgegeven in een mandje met oude brieven op haar bureau.
dinsdag, juli 20, 2010
4. Hidde.
Hidde dronk. Hidde dronk veel en zei niets. Hidde dronk veel, zei niets, en hield er een geheim leven op na. Hidde dronk veel, zei niets en hield er een geheim leven op na waarin zijn wettige echtgenote geen rol van betekenis speelde. Hidde dronk veel, zei niets, hield er een geheim leven op na waarin zijn wettige echtgenote geen rol van betekenis speelde en waarin een andere vrouw, met wie Hidde niet getrouwd was, wel een rol van betekenis speelde. Hidde dronk veel, zei niets, hield er een geheim leven op na waarin zijn wettige echtgenote geen rol van betekenis speelde en waarin een andere vrouw, met wie Hidde niet getrouwd was, wel een rol van betekenis speelde en dewelke vrouw zij tamelijk goed kende omdat het haar zuster was. Hidde dronk veel, zei niets, hield er een geheim leven op na waarin zijn wettige echtgenote geen rol van betekenis speelde en waarin een andere vrouw, met wie Hidde niet getrouwd was, wel een rol van betekenis speelde en dewelke vrouw zij tamelijk goed kende omdat het haar zuster was, en toen de zuster vertelde dat ze door Hidde bezwangerd was zette de wettige echtgenote op een avond, Hidde was al ietwat in de olie, een longdrink glas glorix voor hem neer, in plaats van graanjenever, en sommeerde hem deze in te nemen.
maandag, juli 19, 2010
3. 'Waar wilt u beginnen?' 'Waar wilt u beginnen?'
'Neemt u niets op?' vroeg de weduwe, toen we ons eindelijk hadden geïnstalleerd voor de eerste leegloopsessie, om negen uur in de avond, in de 'zitkamer'. De weduwe wilde alleen van 8 uur P.M. tot zonsondergang leeglopen. Daarvoor had ze er geen zin in; daarna ging ze naar bed. Zonsondergang kon je verwachten rond half tien, maar om echt onder te gaan had de zon toch nog wel een kwartier extra nodig. Ik heb maar niet gevraagd naar het waarom van deze toch wel ietwat ineffeciënte werkwijze; het zou wel weer zijn reden hebben. 'Ik neem nooit iets op,' zei ik. 'Ik doe alles uit mijn hoofd. Dit om de authenticiteit te waarborgen.' De weduwe knikte niet. Haar hoofd lag opzij tegen een kussen. Ze had haar ogen dicht. Haar rimpelloze gelaat baadde in het zonlicht dat door het kleine raam van de koeienschuur die zij haar woning noemde naar binnen viel. 'Waar wilt u beginnen?' 'Waar wilt u beginnen?' Doorgaans liet ik mijn leeglopers bij het begin beginnen maar in dit geval viel er veel voor te zeggen om het begin te laten zitten en bij het einde te beginnen, en dan langzaam terug te werken. 'Ik ben stervende,' zei de weduwe tenslotte. 'Dat zijn we allemaal,' dacht ik. 'Sommigen van ons zijn al gestorven,' ging ze verder, nog altijd haar ogen gesloten. 'Misschien moet ik mijn verhaal beginnen met het herdenken van een dode.' Ik nam een slok water, meer kreeg ik niet aangeboden, en sloeg mijn bloknote open.
vrijdag, juli 16, 2010
2. Ze wilde dat ik in de schuur sliep.
Het eerste wat me trof was de eeuwige wind. Het tweede de straaljagers, en het derde de aarddistel. De eeuwige wind belette me helder na te denken. De straaljagers beletten me de schoonheid van Friesland tot me door te laten dringen. De aarddistel belette me hem te plukken. Zo zou ik ook willen zijn. De weduwe woonde in een kolossale boerderij. Het was eigenlijk meer een enorme schuur, waar min of meer achteloos een klein huisje tegenaan geplakt was, zo leek het, en in dat huisje woonde de weduwe. Ze wilde dat ik in de schuur sliep. Ze had liever niet dat ik ook in dat huisje kwam liggen, en wie was ik om bezwaar te maken tegen dit eenvoudige en doeltreffende arrangement? Behalve dat de schuur tochtte, vol lag met onduidelijke troep en een unheimische sfeer ademde. Sowieso is het niet goed, denk ik, om in een te hoge ruimte te slapen. Een te lage is erger, maar bij een te hoge ruimte, zeker als het een oude schuur is, ga je je van alles inbeelden, wat er gedurende de nacht, wanneer de wind eindelijk gaat liggen, naar beneden zou kunnen komen uit die gigantische zwarte ruimte. De weduwe vond dat ik niet moest zeuren, dat ik vorstelijk werd betaald, en dat het wel zou wennen. De eerste nacht heb ik geen oog dicht gedaan.
donderdag, juli 15, 2010
1. Opdracht
Het liefst had ik de Friese weduwe nul op rekest gegeven, en was ik nooit naar S. afgereisd, maar ik kon niet anders. Je kon van alles over de weduwe zeggen, maar niet dat ze niet in staat was om druk uit te oefenen. Daar was ze juist heel erg goed in. Op zo'n manier, dat het leek alsof je nog steeds alle vrijheid had om te doen en te laten wat je wilde. Heel subtiel. Zo had ik haar al een paar keer te kennen geven, meest recent de week ervoor, dat ik wilde afzien van de opdracht, dat ik haar een ander aan zou raden om deze van me over te nemen, een collega-geestschrijver, die zeer deskundig was en historisch onderlegd; niet dat het aan geestschrijvers ontbrak. Het was immers zomer, had ik haar gezegd, en in de zomer werkte ik niet. Zomers zijn niet om te werken maar om te lummelen, zelfs als er een aanzienlijk honorarium in het vooruitzicht is gesteld. Daarenboven had ik zo langzamerhand genoeg van de geestschrijverij. Het hele idee dat er elk mens een verhaal met zich meedroeg dat opgetekend diende te worden klonk sympathiek, maar was quatsch. Als er al een verhaal in iemand zat dan was dat verhaal doorgaans stomvervelend. Maar de Friese weduwe had zich niet laten vermurwen. Opdracht was opdracht. Ze wist me ook een vaag gevoel te geven dat er iets ernstigs stond te gebeuren als ik niet kwam opdagen, en wat dat ook mocht zijn, ik wilde het niet op mijn geweten hebben.
woensdag, juli 14, 2010
Complimenten & haastige uitnodigingen
Het is te warm. Een aantrekkelijk wichtje, type – nee, verzin zelf maar een type, maar laten we het erop houden dat ze wéét dat ze aantrekkelijk is, zijn er nog wichtjes die niet weten dat ze aantrekkelijk zijn, ja, onder de tien, maar tieners, misschien niet, zo'n wichtje dus, komt langzaam aangerold op haar scooter. Ze heeft een wifebeater aan. Dit type wichtjes zit altijd op een scooter, de scooter lijkt voor dit type gemaakt. Haar zonnebril is heus niet alleen show, het zonlicht kan echt irritant zijn, en bovendien, wat is er tegen een zonnebril – alles? Enfin, zo rolt het wichtje binnen, bij het stoplicht op de Stadhouderskade hoek van Woustraat. Iedereen ziet haar, maar niemand doet iets. Nog niet. Dan is het licht ineens groen, sneller dan verwacht en hmmmm daar gaat ze, het wichtje, het muntje was nog niet helemaal gevallen, maar nu is het wel gevallen, bij de drie stratenmakers die achter mij bezig zijn een stoep te leggen. Eerst begint er een te fluiten, dan valt de ander in met gegil en nummer drie maakt het af met complimenten & haastige uitnodigingen. Dit zijn van die geluiden van werklui waar vrouwen, wichtjes ook, van gruwen, want God zeg, laat me met rust, smeerlappen ook altijd, maar als die werklui helemaal niets van zich zouden laten horen, en rustig verder zouden werken, tegels doorsnijden, op hun plek leggen, aankloppen, enzovoorts, opdat wij er weer rustig overheen kunnen lopen, alsof er niets aan de hand is, dan is het ook niet goed, maar het is allemaal om het even want het wichtje is allang opgegaan in het verkeer, de complimenten & haastige uitnodigingen hebben haar nooit bereikt, het is allemaal weer eens voor niets geweest.
dinsdag, juli 13, 2010
“They’re a huge source of joy, but they turn every other source of joy to shit.”
Do children make one happy or not? It seems obvious that they do – to parents, anyway. But this interesting article looks at some psychological and sociological research done over the years on the impact of parenting and having children. It may not come as a surprise, to non-parents at least, that babies endanger romance, toddlers endanger relaxation, and teenagers endanger, well, everything. It seems to me that the choice whether or not to have children cannot be made entirely rationally, even if birth control makes it more manageable. One just does have a child if one can, at some point, or one doesn't; it is not easy to say why. Another issue is whether or not children are a burden to The Arts. I made a quick list of people I admire – Van Gogh, Tolstoy, Hitchcock, Céline, Kafka, Grieg, Reve, Miles, Wittgenstein, Nabokov, and, OK: Grunberg – and checked whether they had children (no, yes, yes, yes, no, yes, no, yes, no, yes, no). Thank god parents outnumber non-parents.
maandag, juli 12, 2010
Hommage à Huub Kortekaas
Tot gisteren was de naam Huub Kortekaas mij vreemd. Had iemand gezegd: Huub Kortekaas heeft een rijwielhandel in Gouda, dan had ik het geloofd. Had iemand gezegd: Huub Kortekaas is informant van informateur Uri Rosenthal en weer iemand anders: Huub Kortekaas is advocaat te Zuidas gespecialiseerd in zeerecht met name containerrecht, ik had het allemaal geloofd. Maar Huub Kortekaas, weet ik sinds gisteren, is niets van dit alles. Huub Kortekaas is beeldhouwer. Een echte. Dit weet ik omdat ik gisteren een monografie van Huub Kortekaas getiteld Plant vuilraapte bij de stort op de hoek van de Wibautstraat en 2e Oosterparkstraat. Een genummerd exemplaar, ook nog. Met Huub Kortekaas zijn handtekening. Waaraan, vraag je je af, heb ik dit allemaal verdiend? Over Huub Kortekaas: ik zou hem de Richard Serra van het Westland willen noemen. Maar oordeel zelf. Nog een ding: stel, je bent beeldhouwer, stel, je bent Huub Kortekaas. Hoe is het dan om de hemel ingeprezen te worden door Dries van Agt? Dat lijkt me geen onverdeeld genoegen, maar zie! Van Agt schrijft poëzie. Sterker, de enige poëzie in Huub Kortekaas' monografie. 'Zijn bescheidenheid welt uit het besef dat elk van ons maar een zandkorrel is op het strand van de onafzienbare gschiedenis.' En zo is het maar net.
vrijdag, juli 09, 2010
Sociale controle
'Die man van die boot naast die van jullie?' telefoneert Buurman Jan. 'Die is nu bezig. Dus.' Ik dank hem vriendelijk voor de sociale controle, neem, bij wijze van charme offensief Koning Magnus mee op de arm en slof richting kade. Voor de volledigheid: Avodah is van de ondergang gered, na vele maanden en evenzovele betalingen aan de bijzonder sympathieke Botenpaniekdienst, en vaart! (Niet allemaal tegelijk.) Gelukkig is er ook slecht nieuws. Een week lang heeft een belendende, losgeraakte boot tegen Avodah aangeschurkt en -geschuurd, Ernstige Verfschade Aan Bakboordzijde ten gevolge hebbende. Bij alle schade hoort schuld, en alle schuld moet voldaan. 'Is die boot van u?' vraag ik, nogal retorisch, aan de grijzende krullenbol die het dek van de belendende boot afborstelt. Hij knikt. Ik wijs hem op de Ernstige Verfschade. 'Bent u verzekerd?' vraag ik, mij realiserend dat ik te ver ga. De man schrikt. 'Om wat voor bedrag gaat het?' 'Een paar tientjes,' fluit ik mijzelf alsnog op tijd terug. Na onderhandelingen, waaraan Harvard nog een puntje zou kunnen zuigen, komen we op 3 tientjes. Voordat we afscheid nemen, bel ik hem zodat hij mijn nummer heeft, en loop het huis in om trots de hoogte van de monetary rewards mee te delen aan teerbeminde. Die haalt haar schouders op. Even later krijg ik een sms. 'Ik zal het bedrag overmaken. Volgende keer wel op tijd ophangen als je aan je vrouw vertelt dat je €30 hebt losgepeuterd.'
donderdag, juli 08, 2010
Connotatie
Meisjes met ijsjes. Op de fiets. In de zon. Likkend. Het waaiende haar. De dunne armen, handen. De lange, lege nekken. De stralende oogopslag, nog niet opgeëist door zonnebril of modegril. De meisjes kijken elkaar aan. Ze knipperen met de ogen, halen een pluk haar van hun wang. Het ijs smelt. Alles plakt. Meisjes met ijsjes, op de fiets, in de zomerwind: hun blakende gezondheid, hun Hollandse blondheid, hun ongecompliceerde opgetogenheid. Op de fiets, onderweg naar waar dan ook, de hele eeuw voor zich, alles en iedereen wordt in gereedheid gebracht, maar alleen dit moment telt, alleen vandaag, vanmiddag, nu. Alleen nu, altijd en alleen nu. Hier. Meisjes met ijsjes: de connotaties zijn talrijk en onvermijdelijk. Dat kunnen de meisjes niet helpen, dat kunnen de ijsjes niet helpen. Het is, ben ik bang, de combinatie.
woensdag, juli 07, 2010
Dissertaties
Ik weet niet of er een verband bestaat tussen voetbal en ziekte, en welke kant dat verband dan opgaat, zeker is, dat er een verband bestaat tussen het WK en de haast die zieken hebben om naar de Kruispost te komen. Om half negen is de wachtkamer leeg. Uit verveling bekijk ik de dissertaties van twee collegawereldverbeteraars die promoveren in de medicijnen. Op de cover van die van de een prijkt een verlaten winterlandschap. Op de andere maakt een mens met zijn armen in de lucht een hart. Ik doe geen poging om te begrijpen waarover de dissertaties gaan. In het dankwoord achterin de ene dissertatie – het dankwoord begrijp ik – betuigt de promovenda de schrijver van de andere dissertatie met veel uitroeptekens haar liefde. De promovendus betuigt op zijn beurt ook zijn liefde aan haar, in zijn dankwoord, maar zonder uitroeptekens. Als je de twee dissertaties tegen elkaar zet, komt er op de ruggen een vlinder tevoorschijn. Over mijn schouder kijkt een Kruispostdokter mee, die ook aan het promoveren is, en zegt: 'In Leiden mag dat allemaal niet.'
dinsdag, juli 06, 2010
Les
In La peau douce van Truffaut schiet een vrouw haar echtgenoot dood, in zijn café, nadat zij de foto's heeft gezien die hij heeft gemaakt van zijn maîtresse – een ongeloofwaardig, maar prettig dramatisch, abrupt einde. We zien haar het jachtgeweer pakken dat is verstopt in de klerenkast, we zien haar de patronen halen uit een doos en het geweer laden, dat zij op ietwat klungelige wijze, dit is wat wel wordt genoemd een onbedoeld hilarisch effect, probeert te verbergen in haar regenjas. Dan gaat ze, ietwat mank lopend, op weg. Cut naar de man in het café die zijn krantje leest. Alleen een man kan op zo'n moment, onder die omstandigheden, zo onbezorgd zijn krantje lezen. Wat de schietgrage echtgenote niet weet is dat de man net afscheid heeft moeten nemen van zijn maîtresse omdat zijn volledige toewijding haar benauwde. De man wil het weer bijleggen met zijn vrouw. Maar zij, met haar informatie-achterstand, wil niets meer bijleggen. Ze loopt op het tafeltje af, gooit de foto's van hem en zijn maîtresse in zijn gezicht, en richt. Hij staat op, kijkt haar vertwijfeld aan. Zij haalt de trekker over. FIN. Teerbeminde, without missing a beat: 'Nu weet je wat er gebeurt.'
maandag, juli 05, 2010
Woerden
Ik bevond me in Woerden, in Kasteel Woerden om precies te zijn, nog preciezer: op het terras van Kasteel Woerden, te Woerden. Het was vijf voor twaalf, in alle opzichten. Mijn gesprekspartner en ik naderden het eind van ons gesprek. In alle opzichten. De kolossale, nieuwerwetse kerktoren, frontaal op pakweg vijftig meter afstand van het kasteel gelegen, had ik mentaal geregistreerd, dat kon ook niet anders, maar verder had ik er geen gedachten aan gewijd. Dat veranderde toen de kerkklokken luidden. Het was twaalf uur. Het spreken werd ons naar mijn gevoel, maar dat zal wel weer overdreven zijn, een kwartier lang onmogelijk gemaakt, en hoewel we bijna klaar waren om vijf voor twaalf bleken we toen het eenmaal twaalf uur was, toch nog niet helemaal klaar. Zo wachtten tot het voorbij was, het gelui, zoals je dat ook doet bij voorbijrazende treinen, overscherende vliegtuigen en de brandweer, ambulance en politie. Ik sluit niet uit dat ik er een – mogelijk permanente – gehoorbeschadiging aan heb overgehouden.
Abonneren op:
Berichten (Atom)










