Een elftal mensen praat over seks. Niet vijf minuten, niet vijftien minuten, maar tenminste vijftig minuten, maar het kunnen er ook honderdvijftig zijn. De man, zo wil het cliché, maakt zich zorgen over de grootte van zijn geschapenheid, maar size doesn't matter, luidt dan het troostende cliché antwoord. De omvang-tolerantie van de vrouw heeft evenwel niets met aardigheid te maken. Het vrouwelijke geslachtsdeel zuigt zich om het mannelijk geslachtsdeel, welke maat deze ook mag hebben: one size fits all. Maar hoe zit het met de hardheid? Van het mannelijk geslachtsdeel? Als men de fabrikanten van niet impopulaire erectiepilletjes mag geloven is die niet geheel onbelangrijk. De ene erectie is de andere niet: stáál- en stáálhard moet hij zijn. Er is een scene uit een documentaire waarin een man met ingebeelde erectieproblemen bij de huisarts een plankje met kussentjes van verschillende hardheid krijgt voorgeschoteld, met de vraag: zeg maar hoe hard ie wordt, dan zal ik zeggen of je een probleem hebt. Naast erectiele disfunctie (ED) bestaat er nog het intrigerende verschijnsel van premature ejaculatie (PE). Je zou zeggen dat in tijden van algehele pornoficatie niets meer tot ejaculatie kan leiden, laat staan vervroegde ejaculatie, maar there you have it. Waarom lijkt PE in Amerika meer voor te komen dan in Nederland? Heeft besnijdenis er iets mee te maken? Of wordt PE in Nederland niet onderkend, of wil in Amerika het farmaceutisch-medisch complex een industrie bouwen rondom een non-probleem? Het gesprek dreigt even over iets anders te gaan dan seks – echtscheiding – maar gelukkig gaat het vervolgens vrij snel weer over seks. Het heeft iets groepstherapie-achtigs om met elf mensen over seks te praten, 'Hallo, ik ben Viktor en ik heb maar één bal', maar het kan leerzaam zijn; vermakelijk is het zeker.
vrijdag, september 03, 2010
donderdag, september 02, 2010
Moeilijkheid
Ieder mens, die tot in de kleinste bijzonderheden de gecompliceerdheid van zijn eigen omstandigheden kent, meent onwillekeurig, dat de gecompliceerdheid van die omstandigheden en de grote moeilijkheid ze te overzien en er een oplossing voor te vinden, een geheel toevallige, slechts persoonlijke aangelegenheid vormen en het komt niet in hem op, dat anderen met precies even grote moeilijkheden van hun persoonlijke omstandigheden te kampen hebben als hijzelf.
L.N. Tolstoj, Anne Karenina, 1878, blz. 352, vert. Wils Huisman.
woensdag, september 01, 2010
Zoiets kost een rol, of je moet hem opnieuw opwinden.
Kuierend over de U-straat stuitte ik op een winkel voor badkamerbenodigdheden en dacht verdomd, ik heb nog een toiletrolhouder nodig. Een toiletrolhouder is zo'n artikel dat niet meteen cruciaal is voor de overleving van de soort, of zelfs maar mij en mijn gezin, maar dat, als je er een tijdje geen gebruik van maakt, toch wel zijn nut zou kunnen hebben. Je kunt een rol na gedane zaken gewoon op de rand van de wastafel leggen, terugschuiven op de toiletrolbewaarstaaf – die heb ik dan weer wel – of op de grond laten slingeren, maar dit heeft belangrijke nadelen. Het zal niet de eerste keer zijn dat de rol van de wastafelrand in de pot valt, of dat een rondslingerende rol een trap krijgt van een niet-kwaadwillende bezoeker. Zoiets kost een rol, of je moet hem opnieuw opwinden. Vandaar dat ik die winkel binnenstapte. Er was niemand aanwezig. Aan de muur hingen talloze toiletrolhouders. Zij schommelden in prijs rond de 150 euro. Nu heb ik veel over voor het voorkomen van een doorweekte rol, dan wel het onnodig opwinden van een rol, maar vooralsnog geen 150 euro. Uit het souterrain kwam een dame tevoorschijn. Ze zette muziek op, de prelude van cello suite nr. 1 van J.S. Bach, ik kon niet uitmaken wie de cellist was. Hebt u ook toiletrolhouders die een beetje minder... hoe zal ik het zeggen... De vrouw wees op diverse betaalbaardere exemplaren. '40 euro kost geloof ik de goedkoopste.' Ik bekeek de toiletrolhouder. Het verschil met een exemplaar van de ..., die een fractie van de prijs moest zijn, want door arme kindertjes in elkaar gezet, kon ik zo gauw niet ontdekken. 'Hier is er ook nog een met een touwtje.' Het woord touwtje klonk me betaalbaar in de oren, maar het bleek om een kabeltje te gaan, en de toiletrolhouder zag er ook voor de rest kostbaar uit. Ik bedankte de dame en verliet de winkel. De queeste duurt voort.
dinsdag, augustus 31, 2010
Arnon Grunberg Museum
Arnon Grunberg steunt het Museum of Modern Art in New York met 1000 dollar per jaar, meldt de begunstiger zelf in zijn Voetnoot in de Volkskrant van gisteren. Duizend dollar! Sapristie: duizend dollar. Duizend dollar is een mooi bedrag om aan het MOMA te geven en het MOMA zal er denkelijk veel mooie dingen van kunnen doen, maar wat drijft de uithuizige misantroop om van deze donatie melding te maken op de voorpagina van een Nederlandse krant? Wat wil hij daarmee bereiken? Misschien dat andere Volkskrantcolumnisten zijn nobele voorbeeld volgen? Gaat Ronald Giphart morgen in zijn column in de Volkskrant melden, in de tweede alinea, dat hij Vredenburg steunt met 1500 euro? En kan Aaf Brandt Corstius dan niet langer achterblijven en zal zij helemaal niet zo terloops in haar column melden dat zij het Kattenkabinet steunt met 3 mille? Het is niet ondenkbaar, maar waarschijnlijk is het niet. Waarschijnlijker is, lieve lezers, dat Arnon Grunberg melding maakt van zijn donatie à 1000 dollar aan het MOMA omdat anders niemand afweet van zijn donatie aan het MOMA à 1000 dollar. Want een 6-punts vermelding in de Annual Listing van het MOMA, op pagina 133, in het kielzog van mede-donatrice Marianne Koeman, zoiets blijft wellicht onopgemerkt, en dat zou natuurlijk doodzonde zijn.
Toeval bestaat nog.
Toeval bestaat nog.
maandag, augustus 30, 2010
Kaltgestellt
Ik schrijf niet graag over het weer maar de regen dwingt me. Zaterdag dacht ik dat de zondvloed nabij was. Zondag dacht ik dat een wederopstanding in de maak was, om vervolgens weer te constateren dat die wederopstanding halfslachtig was, allerminst overtuigend en veel te kortstondig aangezien zij, vooraleer zich goed en wel te hebben gemanifesteerd, de handdoek in de ring gooide en zich langzaam maar zeker overgaf aan een nieuwe zondvloed. Zondvloed, kortstondige wederopstanding, zondvloed, kortstondige wederopstanding, zondvloed, dat is de teneur de laatste dagen, en nachten. Ik weet niet wat met u is, maar ik kom mijn paleis niet meer uit. Niet dat ik een keus heb. Teerbeminde heeft me weer eens, met een automatische, nietsvermoedende draai aan de greep van de keukendeur die alleen van binnen op slot kan, buitengesloten. Story of my life: eindelijk klaargestoomd voor de Stoutmoedige Vervaardiging van Meesterwerken in Splendid Isolation, word ik tegen mijn wil, in de stromende regen, kaltgestellt in de tuin, en rest mij niets anders dan simmen. Natuurlijk ben ik god op mijn natte sokken dankbaar dat er geen hagelstenen zo groot als eieren, vraatzuchtige sprinkhanen, of kikkers uit de lucht vallen, en dat ik niet op zevenhonderd meter diepte in de aardkorst zit opgesloten (met een dozijn of wat collega's), maar kom op zeg.
vrijdag, augustus 27, 2010
Mijl op zeven
Omdat ik de beroerdste niet ben, liever zelf klets dan de radio hoor kletsen, en trouwens, nog altijd symbolisch in het krijt sta bij alle anonymi die mij in de periode 1983-1986 een lift – en méér – hebben geschonken op mijn verwoede pogingen tot vakantie, houd ik staande op de officieel door de gemeente Amsterdam aangewezen liftplek op de Gooiseweg om een bleke blondine en een lachende krullebol uit hun lijden te verlossen. Op hun bord stond GERMANY. Ik moet naar Amersfoort. Als ik op de landkaart die ze voor mijn neus houden heb aangewezen dat dit inderdaad op hun route ligt, zijn ze, nadat ze hun rugzakken in de achterbak hebben geplempt, bereid in te stappen. Verrassend genoeg neemt niet de krullenbol, maar de bleke blondine voorin naast mij plaats. Alras wordt duidelijk waarom: Martha en Davis zijn Letten en alleen Martha spreekt voldoende Globish om een minimum aan conversatie gaande te houden. Ik leid af dat ze een uur hebben gewacht, dat ze twee dagen in Amsterdam zijn geweest voor de coffeeshops, maar dat ze nu niet meer stoned zijn, al ben ik van Davis, die ligt bedolven onder het babyspeelgoed op de achterbank, niet zeker. Martha studeert geschiedenis en Davis mathematica, wat misschien zijn taalachterstand verklaart. Hoelang hebben ze erover gedaan om naar Amsterdam te komen? Twee dagen. Hoelang denken ze over de terugweg te doen? Drie à vier dagen. Het is makkelijker om met de zon mee te liften dan tegen de zon in. Vijf à zes dagen liften voor een blowtje. Ik ben blij dat ik ze 2 % op weg heb geholpen.
donderdag, augustus 26, 2010
Baarn
Als love reverend kom ik graag bij de mensen thuis. Ook in Baarn. Zo vaak kom ik niet in Baarn dus als ik in Baarn ben, om wat voor reden dan ook, wil ik dit vastleggen. Ik reed eerst fout, en moest op een lommerrijke laan een U-turn maken. Dit werd mij door mijn medeweggebruikers niet in dank afgenomen. 'Een vreemde,' zag ik ze denken. 'Hoelang is die van plan te blijven?' Ik had ze willen geruststellen maar daar was geen mogelijkheid toe. Mijn eerste ontmoeting vond plaats in een huis zoals je dat in Baarn verwacht. Toen het woord golfbaan viel, riep de gastvrouw: 'Ik golf niet! En ik bridge ook niet!' Dat vond ik een felicitatie waard. Mijn tweede ontmoeting vond plaats in een huis zoals je dat in Baarn verwacht, maar bijvoorbeeld ook in Barendrecht. Ik kon de voordeur niet vinden. Waar volgens mij de voordeur moest zitten, rechts van de menshoge haag, zat iets dat op een achterdeur leek, maar toen ik omliep naar de andere kant van de haag, had ik vrij uitzicht op een zitbank gevuld met mensen, dus daar kon de voordeur ook niet zijn. In de gelukkige veronderstelling nog niet door de bankzitters te zijn opgemerkt liep ik terug, om, eenmaal bij de andere kant aangekomen, en bij ontstentenis van een deurbel zoals je die in Baarn dan wel Barendrecht verwacht, wederom om te draaien. Nu maakte ik me zo langzamerhand zorgen over de mensen aan de overkant van de straat, die vrij uitzicht hadden op mijn besluiteloosheid. 'Een vreemde,' zullen ze gedacht hebben. 'Hoelang is die van plan te blijven?' Binnen stuitte ik op niets dan gastvrijheid.
woensdag, augustus 25, 2010
Een zeer populair gerecht
Als ik op de toonbank van mijn favoriete Turkse groenteboer twee aubergines, een paar tomaten, een paar uien, een paprika, en een korianderplantje neerleg, vraagt hij: 'Wat gaat u maken?' Ik zeg: de imam die van plezier flauwviel. 'Dan moet u geen koriander hebben, maar peterselie.' Hij zet de korianderplant terug en legt er een bos peterselie voor in de plaats. Die paprika, zeg ik, die heb ik er bij verzonnen, die staat niet in het recept. 'O,' zegt de Turkse groenteboer, 'dat is een uitstekende aanvulling. Paprika past er prima bij. Rode dan wel hè?' Ik neem het laatste brood uit het rek, zo'n groot Turks brood, dat eruit ziet als een stel langgerekte, platte billen, met in de bilnaad, vraag me niet waarom, vaak van die zwarte spikkeltjes, die op maanzaad lijken maar het volgens mij toch niet zijn, en reken af. Natuurlijk, ik werk altijd aan mijn talen, dus wil ik nog even van hem weten hoe hij het gerecht noemt in zijn moerstaal – denkelijk niet: de imam die van plezier flauwviel. 'Imam bayild. Het is een zeer populair gerecht. En het grappige is,' vervolgt hij, met pretoogjes, 'dat de Grieken het ook kennen. Met bijna dezelfde ingrediënten. Daar kwam ik achter toen ik de Griek sprak die een restaurant runt een eindje verderop.' Voor ik wil vertrekken, informeer ik nog of hij het zelf ook wel eens maakt, imam bayild. Hij schudt ineens verlegen zijn hoofd. 'Nooit.' Ik vraag me af of hij het zou willen.
dinsdag, augustus 24, 2010
Professionele relatie
Ik neem aan dat er druk ge-f-bookt en getwitterd is over de cleavage van Paul Verhoeven bij Zomergasten, en het feit dat hij zijn Amerikaanse films, nog voordat er naar gevraagd werd, afdeed als veredelde B-films, wat het natuurlijk ook zijn, dus daar hoef ik het niet meer over te hebben, maar is er ook druk ge-f-bookt en getwitterd over die keren dat hij na een fragment zijn bril afzette terwijl hij helemaal geen bril op had? Ik vond dat de mooiste momenten van de avond. En natuurlijk de vele malen dat de septuagenariër een hand door zijn weelderige grijze dos haalde, alsof hij zich mooi wilde maken voor Jelle. 'Waarom heb je niet met Sharon Stone gedaan?' vroeg deze. Antwoord: 'Volgens Martine zou dat ten kosten gaan van onze professionele relatie.' Ik zie het voor me, Paul heeft er weer een draaidag op zitten – te oordelen naar de gretigheid waarmee hij Basic Instinct aanhaalde, in zijn ogen zijn beste film (op Soldaat van Oranje na dan, wat natuurlijk ook zo is) – komt thuis en zegt tegen Martine: 'Zal ik met Sharon Stone naar bed gaan?' 'Zou ik niet doen,' zegt zij, 'dat gaat ten koste van jullie professionele relatie.'
maandag, augustus 23, 2010
7. Coming home
Seeing Jalana waiting for her at the airport with a tiny bunch of flowers behind the railing in the arrival hall that Sunday morning, Keke Juchtleer was struck by her excessive make up, and, once they started talking, by her talent to bicker. She almost had forgotten about that. Keke and Jalana were always bickering, they had been bickering forever. It seemed an integral part of marriage, but one could say it was always Jalana who started the argument. Now it was about whether or not to have coffee at the airport, where to have coffee and whether or not to accompany that coffee with a pastry or two. It didn't matter what Keke wanted: Jalana wanted the opposite, and, more worrysome, she would start a fight about it that often turned ugly. This time, Keke was too detached, too exhausted, to care. New York City had sucked all energy from her body, all thinking from her mind, all spirit from her soul; but here was the thing: she felt euphoric. The so called business trip turned out to be the most intense week of her life, in all aspects. After an awkward long silence behind an overheated cappuccino, Keke slowly ticked off the items on her agenda. Keke had thought up such detailed lies about the Conference on the Future of Literary Criticism, such excellent lies in fact, complete with names of speakers, titles of seminars, lists of Recommed Reading, and so forth, that she had to share them, if only for her own entertainment. 'Don't fuck with me, Keek,' Jalana intervened after a while, chewing on a dry blueberry muffin, 'There was no fucking conference, there was no literary fucking criticism, there was no fucking nothing. Not in New York Fucking City. But I don't care. As long as you've had a good time, I had a good time.' A few days later, back on the Brouwersgracht, in their beautiful apartment, where Keke had lived practically all her life, the last ten years with her lawful wedded wife, she told Jalana with a confidence that surprised herself that she had decided to go back to New York, back to Bedford Stuyvesant, to start a family.
vrijdag, augustus 20, 2010
6. Mythic banality
Keke Juchtleer had not found it necessary to bring any travel guide on her first trip to America, because she assumed that America would be self evident. And to a large extent, it was. America seemed to be as mysterious as a cupholder in a Ford Focus. Everything you ever knew about America, through whatever channel: it was all true. What you saw was what you got. Transparency, facts, the unquenchable thirst for certainty. Which often had the opposite effect, namely paranoia and anxiety. The number of people here who think alone, sing alone, and eat alone, talk alone in the streets is mind boggling. And yet they don't add up. Quite the reverse. They subract from eachother and their resemblance is uncertain, Keke read aloud from AMERICA by Jean Baudrillard, a book she did bring on her trip. 'Who the fuck does this guy Baudrillard think he is?' Cab Calloway, Keke's host for almost a week now, asked. 'Obviously he never been to Drummer's Grove.' Keke read on: More sirens here, day and night. The cars, the advertisements, New York is wall to wall prostitution. 'Hell, I ain't no pimp,' Cab interjected. 'That is, if yo no ho, hè hè.' Keke, and Baudrillard, weren't finished yet: When I speak of the American way of life, I do so to emphasize its utopian nature, its mythic banality, its dream quality and its grandeur. That philosophy that is immanent not only in technological development, but also in the exceeding of technology in its own excessive play, (...), not only in banality, but in the apocalyptic forms of banality, not only in the reality of everyday life, but in the hyperreality of that life which, as it is, displays all the characteristics of fiction.
donderdag, augustus 19, 2010
5. Hoochemecoochie,
Sorry I haven't written to you earlier. New York is so much fun. I mean, in stores, restaurants, the subway, wherever: everyone's talking to me like they know me. Of course 'where you from' is the easiest converstation starter in the world, but still, I wouldn't know a better one! (Except, perhaps, for 'is that handkerchief hanging out of your backpocket or are you having a cold?' but somehow it doesn't work here. I haven't seen no kerchiefs hanging out of no pockets. So much for the international language of love!) Answering the roots-question however can become a little bit tedious after a while so now I automatically shoot back: where do you think I'm from?, which leads to all kinds of hilarious geographical idiocy. One big guy on Ocean Avenue thought I was from Ecuador. 'Cuz you look Spanish.' Try Europe, I said. He: Egypt? I kid you not, Jalana. (BTW can you name the capital of North Dakota? See?) Whatever, I really feel at home here. The New York Review of Books Conference on the Future of Literary Criticism is so interesting. So well organised. Such engaging speakers. And don't forget the networking. Basically, everything is networking, even among literary critics, and believe me, you can't do all of it through F-book. (Thanks, by the way, that I had to learn through that channel that your ex came over for dinner last nite, Jalana. T.M.I.!) Anyway, long story short, I'm seriously thinking of moving here. Here, mind you, is Brooklyn. More specific: Bedford Stuyvesant. Listen to the name of that 'hood, sista! Don't you love it? I know I do. And I'm sure you do too, if you finally get that smirk off your face! Later, sweetie pie, yours forever, tongue in your ear/toe in your armpit, etc.
woensdag, augustus 18, 2010
4. Identification
An hour later, at a luscious bachelor pad in Bed Stuy, Keke was enjoying a glass of absinthe. Her home made business card, that said DRS. KEKE JUCHTLEER, KRITIKA, was lying lonely on the spotless coffee table. Her host, the man in the white suit who had saved her, did not look like Duke Ellington after all, as he had explained elaborately, but like Cab Calloway – a name he had officially taken since the original Cab Calloway died, with permission from the Cab Calloway estate. Most walls in the room were filled with Calloway posters; in the course of thirty years he had collected over a thousand Cab Calloway-parafernalia; one of his favorite objects was a small urn with a tiny bit of Calloway's ashes, that he had purchased from the family. When he offered to sing Minnie the Moocher, Keke said: 'Maybe later.' She wondered why a person like him would want to be the person he so much admired. What was the point? She had no inclination whatsoever to be any of the writers she reviewed. If asked to name her favorite female writers, she never knew what to say. When her editor had made the off the cuff remark that women couldn't write, period, she was furious, but the remark kept coming back at her. When Cab Calloway, number two, was in the kitchen, Keke finished her absinthe and shouted: 'Anyway, Cab, if you want to fuck me, forget about it, because I'm a lesbian.'
dinsdag, augustus 17, 2010
3. Downfall and resurrection
Keke closed her eyes and danced. Keke closed her eyes and danced like crazy. After dancing like crazy for two, three hours, and getting hotter, and frenzier and crazier, the drumming stopped. Like a zebra taken by the throat, Keke slowly fell to the dusty ground. The mostly black audience ignored Keke, embarrassed by the scene of a grey faced, turkey necked, red haired woman in her late forties, perhaps early fifties, who had reached some kind of private trance that got slightly out of hand. But they had seen this many times: the white woman, mostly of European origin, who suddenly, and quite dramatically, and mostly much too late in life, discovered her 'inner rhythm', danced like crazy, and eventually passed out. The drummers started packing up their drums. Except for one man, or should I say gentleman, dressed in a white suit, white loafers, white hat, who walked to Keke with a plastic bottle of ice cold mineral water, kneeled down beside her and in a delicate way, like a doctor, squirted some water in her face. Keke immediatly sat up, rubbed the water out of her eyes and blurted out: 'Excuse me? But? Who are you? You like Duke Ellington!' The man in the white suit smiled, and said, with a Barry White bariton: 'I am no Duke Ellington, missis. I'm the leader and founder of the drumming circle, and whether you like it or not, I am the man you just fell in love with.'
maandag, augustus 16, 2010
2. A potentially life changing event
Keke Juchtleer immediately fell in love with Manhattan, but due to budgetary restrictions she had to move to Brooklyn fairly soon. This turned out to be a blessing in disguise. In Manhattan she stayed at the Jane Hotel, a tip from a collegue at Holland's leading feminist publication. When she opened the door of her 'cabin', still high from the feeling of being in New York, The Center of The World, Crossroads of the Universe, etc, etc, for the first time, she was shocked by the size of the room where her American Dream was to be fulfilled. It was the size of a midget's shoe box and it smelled of cigarettes and detergent. When she arrived, two days later, in the NU Brooklyn Hotel, conveniently located across from the local penitentiary, she missed the city already, even if not her shoebox and its odor, but when she asked for a nice place to go for a walk, the friendly person at the hotel reception directed her to Prospect Park, and the whole world lighted up. In this park, that she didn't even know existed, she stumbled upon something she immediately recognized as a potentially life changing event: Drummer's Grove. Fifty, mostly black people were drumming on congas and bongas and claves and steeldrums and what have you like there was no tomorrow. Keke accepted the invitation. She felt home. Finally. Waken up by the improvised, syncopated beats, every part of her body wanted to let go, let go of all inhibitions, al burden, all shame. One could call it dancing, but it was no dancing what Keke did. It was more like having sex with each and every drummer that laid eyes on her.
vrijdag, augustus 13, 2010
1. Conference
The thought that, during her professional life, she had never made a business trip abroad, and her wife, her wedded wife, had traveled all over the world, made that Keke Juchtleer, a greying but cheerful 47-year old, born, raised and, as a matter of fact, still living on the idyllic Brouwersgracht in Amsterdam, made up a conference for herself in New York City that she had to go to. Jalana, who had never stayed behind before and, perhaps because of this, was looking forward to it, had not asked any questions about this conference, what it was about, why now, whether it was worth it at all, how she knew about it, and so forth, but in case she would ask those questions, Keke had her answers ready. It was The Future of Literary Criticism, hosted by The New York Review of Books, that Keke, being a literary critic herself, albeit of a struggling weekly, simply had to attend. Her work, if not her life, depended on it. Jalana, a 33-year old camera woman who did not have time to read, took her ambitious lover to the airport in her worn out Peugeot. They kissed on the asphalt of the temporary parking area near the entrance of the airport. After days of depressing rain, the sun was shining again. 'Prepare yourself,' Keke whispered in Jalana's ears. 'I might be another person when I get back.'
donderdag, augustus 12, 2010
Alle reflectie is projectie
Je komt aan bij het restaurant, je laat je naar het terras leiden, je gaat zitten aan een tafeltje voor twee en nog voordat je zit, zie je dat aan het belendende tafeltje links, op hemelsbreed nog geen twee meter afstand, iemand zit die je kent, maar je kent alleen haar voornaam, dus je vraagt je af hoe goed je haar eigenlijk kent, niet zo goed dus, maar toch goed genoeg voor een begroeting denk je, terwijl het toch ook geen enkel punt zou zijn als je haar niet begroette, als je haar negeerde zogezegd, hoewel, misschien zou zij jou dan arrogantie verwijten, dat is projectie, maar alle reflectie is projectie, de avond vordert, je hebt nog steeds niets gezegd, je pijnigt je brein om op haar achternaam te komen, hoewel die er niets toe doet, bovendien staat je gezicht onwillekeurig, of juist willekeurig, dat is moeilijk te zeggen, haar kant op, zij is druk in gesprek, daar is geen twijfel over mogelijk, ze heeft haar blik nog niet op jouw gezicht laten vallen, althans niet overduidelijk, misschien heeft ze je lokatie weliswaar geregistreerd, maar er verder geen moment bij stilgestaan, hoewel nee, dat kun je je niet voorstellen, daarvoor ken je elkaar toch weer te goed, het moet zo zijn dat ook jij haar bent opgevallen, dat zij precies weet wie je bent, al weet ze misschien ook jouw achternaam niet, en dan ineens, niet eens op een tactisch moment, zij is nog midden in een zin, en aan jouw tafel is het gesprek ook nog volop bezig, kijk je haar kant op en zeg je, zonder te weten waarom: 'Barbara?'
woensdag, augustus 11, 2010
Het mannetje is zich van geen kwaad bewust.
'Ik zal je missen,' zegt teerbeminde. Ik had daar nog niet zo bij stilgestaan. Ik denk dat ik haar ook ga missen, maar ik weet het pas zeker als de omstandigheden van het missen daar zijn, m.a.w. als ik weg ben en zij niet bij mij is. Man en vrouw missen op verschillende manieren, op verschillende momenten, lijkt het. Vrouwen bereiden zich emotioneel voor op hun gemis, en kunnen het, als de omstandigheden daar zijn, daardoor beter opvangen. Op het moment van het gemis is hun echte gemis eigenlijk alweer zo'n beetje voorbij. Wel willen ze nog graag even horen van de man dat zij worden gemist. En dat is ook zo, want mannen gaan pas missen als de ander weg is, en worden dan overvallen door een gevoel van leegte, dat het kenmerk van alle gemis is, en volstrekt voorspelbaar bovendien. Ik probeer een evolutionaire verklaring voor het sexe-verschil te vinden. Het mannetje is van levensbelang voor (de verzorging van) het vrouwtje; zij moet misschien al voordat het mannetje weg is op zoek naar een vervanger. Het mannetje is zich van geen kwaad bewust. Hij ziet wel. En als hij dan alleen is blijkt ineens dat niemand hem meer nodig heeft.
dinsdag, augustus 10, 2010
Niet onnodig flipperen
De nieuwe vriend heeft in de kamer van zijn voormalige echtgenote twee flipperkasten geïnstalleerd om zijn scheiding weg te flipperen. Dat lukt heel aardig. De ene kast dateert uit begin jaren tachtig, de andere uit begin jaren zeventig. Beide hebben hun charme. De moderne kast heeft als thema Rolling Stones en laat, als er wordt gescoord, of juist verloren, verschillende deuntjes van de Stones horen, maar dan in elektronische bliepjes en nooit langer dan pakweg drie seconden (zo hoeft er niet telkens copyright te worden afgedragen, denk ik). Bij een extra bal hoor je bijvoorbeeld de eerste regel van van Miss You. Als de bal meteen door het midden van de twee flippers kansloos verdwijnt hoor je I Can't Get No Satisfaction, geloof ik. De oude kast heet Mariner en heeft als thema diepzeevissen. Een interessante feature op dat ding, ook metafysisch gezien, is de 'up post' (een frequent omhoog komende en frequent weer verdwijnende cilinder tussen de flippers). Flipperen is tamelijk verslavend. Op de Stones-kast ligt de high score van de nieuwe vriend ver boven het miljoen. Ik ben al blij met een ton. 'Je moet niet onnodig flipperen,' zegt hij. Een wijs advies. Ik raak ballen kwijt omdat ik koortsachtig de flippers hanteer. Een ervaren flipperaar gedraagt zich als een zenmeester. Hij doet bijna niets. Hij beweegt zijn flippers alleen als het echt niet anders kan – en dan katachtig, mikkend op de hoogste punten.
maandag, augustus 09, 2010
Ander oog
Ik weet niet hoe het met u is, maar ik heb tijdens zo'n gay pride weekend toch een beetje het gevoel, hoe zal ik het zeggen, dat ik anders word bekeken. Met een ander oog. Voordat u begint te sputteren: ik vaar hier wel bij. Mij hoort u niet klagen. Wat me wel opvalt: maakt niet uit of het één man is of twee mannen of een heleboel mannen bij elkaar, in rijen van vier, of in chaos, kaal of met haar, uit Italië, Amerika of Colombia, omarmend, halfnaakt, corpulent, broodmager, glad, ruig, netjes, shabby, top of bottom, als ik langskom, is dat oog er. Dat andere oog. Niet van allemaal natuurlijk, en zeker niet tegelijk, meestal maar van een. Maar: het oog weet me meteen te vinden. En één oog is genoeg om te registreren, als het een ander oog is. Ik zet er een mentaal streepje bij; mijn hart tikt geloof ik rustig voort. Zou dit gewoon zijn voor niet onooglijke vrouwen? Is zo'n ander oog voor hen een gewoon oog en krijgen zij het op alle dagen, behalve met gay pride weekend?
Abonneren op:
Berichten (Atom)

